Decentrale zorg, een zorg voor ouderen

 

Decentrale zorg, een zorg voor ouderen

Op 26 november vond een publieksdebat over de (on)mogelijkheden voor ouderen in een ‘decentraliserende’ zorg plaats, georganiseerd door ZonMw. Vanaf 2015 (over 400 dagen) gaan gemeenten zelf bepalen hoe haar dienstverlening voor ouderen eruit ziet. Dit is het gevolg van de decentralisatie waartoe het kabinet heeft besloten.

Het publieksdebat maakt deel uit van de reeks ‘Moet alles wat kan?’ over de mogelijkheden en grenzen van zorg. In het discussiepanel zaten deskundigen die, onder leiding van Inge Diepman, vanuit verschillende perspectieven over deze verandering in de zorg praatten. Een oudere, een mantelzorger, een wethouder en een burgemeester, voorzitters van organisaties uit de zorg enz.

Grote onzekerheid
In de discussie kwamen een aantal in het oog springende punten naar voren. Over het algemeen werd de mening gedeeld dat er grote onzekerheid bestaat over wat deze ingrijpende veranderingen teweeg zullen brengen. Eigenlijk weten gemeenten, zorginkopers, zorgverleners en ook de ouderen zelf niet waar ze aan toe zijn. Bij wie wordt nu de regie neergelegd? Zeer recentelijk heeft staatssecretaris Van Rijn besloten om de persoonlijke verzorging toch weer onder te brengen bij de Zorgverzekeringswet, terwijl deze eerst onder de WMO zou gaan vallen. Ook is er veel onduidelijkheid over het meekomende budget vanuit het rijk.

Het blijkt lastig te zijn bindende samenwerkingsafspraken met elkaar te maken, bijvoorbeeld over de beschikbaarheid van de functie wijkverpleging. Over dit punt gaven zorgverleners verder aan dat ‘wijken’ worden overgewaardeerd door gemeenten. Zij worden gezien als solidariteitssystemen, maar zijn in de praktijk slechts kaders om hulp langs te organiseren.

'Keukentafelgesprekken'
Ouderenorganisaties en mantelzorgers maken zich zorgen over de vraagverlegenheid bij ouderen. Zij vrezen dat mondige ouderen meer zorg zullen ontvangen dan kwetsbare ouderen. Hoe krijgen zij invloed in de steun die zij vragen? Als voorbeeld werd het zogenaamde ‘keukentafelgesprek’ aangehaald. Dit lijkt een sympathieke manier om met hulpvragen om te gaan. De gemeente komt immers bij u thuis. Echter, zo’n schijnbaar vrijblijvend gesprek blijkt dat helemaal niet te zijn. Voor je het weet krijg je geen positief antwoord op je vraag om een rolstoel en ben je ook nog eens je huishoudelijke hulp kwijt! De gemeente is vanaf 2015 namelijk zowel beoordelaar als budgethouder.

Door Inge Diepman werd geconcludeerd dat de voordelen van decentralisatie van de ouderenzorg worden erkend, o.a. omdat gemeenten inzicht hebben in bestaande netwerken. Prijs van decentralisatie is dat er verschillen in omvang en kwaliteit per gemeente zullen ontstaan.

Keukentafelgesprekken
zijn niet vrijblijvend